Ellenoor Bakker is ons nieuwe hoofd Educatie. Dat betekent dat ze filmlessen ontwerpt, nieuwe projecten bedenkt in samenspraak met scholen, maar ook dat ze zo nu en dan zelf voor de klas staat. Wij spraken Ellenoor over het belang van filmonderwijs, perspectief en rolmodellen.

Allereerst van harte met je nieuwe functie! Kun je ons iets vertellen over je achtergrond?

“Ik ben begonnen als theaterdocent en -regisseur, en heb daarnaast een master gedaan aan de Filmacademie. De afgelopen 10 jaar werk ik als documentairemaker en via Bekijk ’t ben ik in de filmeducatie beland. Dat is leuk om te doen! Als hoofd Educatie ben je heel erg bezig met maatwerk. Op welke manier heeft een school iets aan filmonderwijs? Welke freelance docenten zijn interessant voor een workshop? Soms komen er leraren naar ons toe met een idee. Zo was er bijvoorbeeld de wens van een ROC om iets te doen met video CV’s waarin leerlingen zichzelf voorstellen aan stagebedrijven. Ik denk daar dan over mee en kijk of we er partners bij kunnen vinden. We komen veel bij scholen binnen. Op die manier hebben we een soort van fingerspitzengefühl ontwikkeld over wat er leeft onder leerlingen en wat tof zou zijn om in de toekomst met ze te gaan doen.”

Heb je daar een voorbeeld van?

“Jazeker! De basis voor bijna elke filmles zijn de verschillende filmkaders: totaal, medium, close, over shoulder… Maar er zit een lichtjaar verschil tussen deze basics en wat leerlingen op het internet – en dan met name Netflix – zien. Ze zijn gewend aan series en reclames die supermooi gemaakt zijn, met heel veel geavanceerde camerabewegingen. We zijn nu bezig met het ontwikkelen van lesmateriaal waarin leerlingen zelf gaan experimenteren met dit soort camerawerk. Ze gaan dan meer met eigen gear aan de slag in combinatie met een gimbal van Bekijk ‘t. Dat is een apparaat dat eruitziet als een hightech verfroller en waarmee je je telefoon kunt gebruiken als een steady cam.”

Waarom vind je het belangrijk om dit soort middelen in te zetten?

“Hiermee geven we leerlingen de tools in handen om zich beter uit te kunnen drukken. Ik vind dat één van de belangrijkste dingen om te leren: hoe je jezelf uitdrukt. Zeker in deze fase van hun leven, maar eigenlijk hun hele leven lang. Als je je voedt met heel veel beelden, bijvoorbeeld via Netflix, dan zit er al een bak kennis in je. Als leerlingen niet meer werken met shots van een statief, maar met bewegende shots, en wanneer ze gebruik maken van nieuwe technologie en moderne filmtechnieken, dan wordt die kennis geactiveerd. Zo kunnen ze zich op andere manieren uitdrukken; op een wijze die meer aansluit bij hun belevingswereld. Ik ben benieuwd wat dat gaat opleveren!”

Wat hoop je dat leerlingen meenemen na het volgen van een filmworkshop?

“Concreet wil ik het denken in beelden stimuleren, zodat ze een film voor zich gaan zien tijdens het maken ervan. Dat het heel plezierig is om daar mee bezig te zijn. Dat ze er veel uitingsmogelijkheden in kunnen tegenkomen die hun helpen om te dealen met de werkelijkheid, want die is gewoon best rauw voor veel jongeren. Ik heb als puber veel gehad aan mijn eigen verbeeldingskracht. Wanneer je een werkelijkheid kunt creëren via film dan is dat zeer waardevol. Je ontdekt dat je de werkelijkheid zelf vorm kunt geven. Als je in staat bent om een verhaal te vertellen via film, dan zie je misschien ook manieren om richting te geven aan je eigen leven.”

Wat is de meerwaarde van filmlessen in het onderwijs?

“In het filmvak gaat het bij uitstek over perspectief. Vertel je iets vanuit jezelf? Of moet je je in het leven en de motivaties van een ander inleven? Dat laatste heeft onze maatschappij extreem hard nodig. Er ontstaat in mijn ogen veel meer mogelijkheid tot samenleven wanneer je je in een ander kunt verplaatsen. Perspectief zit hem al in hoe je een camera vasthoudt. Het zit in de vragen die je stelt tijdens interviews. En het zit in de edit. Wat schrap je? Wat hou je over? Welke slice van de werkelijkheid laat je zien? Spelen met perspectief is een goede oefening. Het maakt leerlingen bewuster. Ze kijken daardoor anders naar de beelden die ze dagelijks voorgeschoteld krijgen en kunnen die dan beter beoordelen.”

Educatie staat of valt natuurlijk bij goede docenten. Zijn er nog nieuwe ontwikkelingen op dat vlak bij Bekijk ‘t?

“We willen meer gaan werken met docenten die als rolmodellen kunnen worden gezien door onze leerlingen. Ik wil dat die 14-jarige moslima iemand voor de klas ziet waarin ze zich kan herkennen. Dat ze denkt: ‘Als zij het doet, dan kan ik ook een animatiebedrijf starten of cameravrouw worden!’ Die rolmodellen moeten jonger zijn. En ze hoeven geen master in de kunsten te hebben zoals ik. Wat dat betreft ben ik totaal niet het rolmodel waar we naar zoeken: ik ben hoogopgeleid, wit, blond…”

En van middelbare leeftijd…

“Ja, ook dat nog, hahaha. Ik ben bijna 40!”

Wat moeten onze lezers tenslotte nog weten over Bekijk ‘t?

“Wij werken graag met scholen samen en zij met ons omdat wij geen workshopfabriek zijn. Het verschil zit hem in het intensieve contact met de scholen en de bereidheid om iets écht te laten werken. We proberen iets op gang te brengen met ons lesaanbod. Bij ons worden leerlingen niet afgescheept met een website en een lesbriefje. We zetten ze zoveel mogelijk aan de slag. Doen, doen, doen, dat is het devies.”

Interview: Marco Hohl