Mo Anouar is landelijk bekend geworden door zijn werk als vlogger voor online jongeren platform Yo Mo! van KRO-NCRV. Maar Mo doet meer. Heel veel meer! Zo werkt hij onder andere voor radiozender FunX, mensenrechtenorganisatie Amnesty International, en staat hij voor de klas als filmdocent van Bekijk ‘t. Wij spraken Mo over zijn drijfveren, het ontwikkelen van filmlessen, en zijn fascinatie voor de angry young man.

Mo, je bent – bij gebrek aan een betere omschrijving – ‘mediamaker’. Wat houdt dat voor jou in?

“Dat ik van alles doe op creatief vlak. Ik heb van tevoren niet heel duidelijk gekozen voor een specifieke richting. Ik ben vooral bezig met een aantal leuke projecten die op mijn pad zijn gekomen. Rode draad door mijn werk is het maatschappelijke aspect. Zo zet ik me in als activist voor Amnesty International, doe ik diverse dingen voor het Movies That Matter festival, en ben ik projectcoördinator bij radiozender FunX op het onderwerp schuldenproblematiek onder jongeren.”

En je werkt momenteel aan een documentaire…

“Dat klopt! In eigen beheer. We zijn met een groepje van drie mensen en we doen van begin tot eind alles zelf; van fondsaanvragen tot nabewerking. De film geeft een inkijk in het leven van een jonge moslima van Arubaans-Nederlandse afkomst die – na een moeilijke jeugd te hebben gehad – is geradicaliseerd. Ze werd opgepakt, veroordeeld en zat vast. Inmiddels is ze niet meer radicaal in haar geloof en probeert ze haar leven weer op te pakken, maar die veroordeling en de trauma’s uit haar verleden spelen haar parten. Het is een portret van iemand die grote en mooie dromen heeft, maar constant neergaat en weer opkrabbelt. Het is een documentaire van dertig minuten geworden over haar leven, haar strijd en haar teleurstellingen. We hebben in totaal twee jaar gefilmd. Ze is nu 26 en heeft al zoveel meegemaakt… dat kan niet gezond zijn voor zo’n jonge geest.”

Je staat ook voor de klas als filmdocent voor Bekijk ‘t. Hoe ervaar je dat?

“Ik heb op verschillende scholen lesgegeven: het Huygens College, het Sweelinck College, het Zeeburg College; soms drie dagen achterelkaar; en bij andere projecten zelfs wekelijks. Een van de projecten waaraan ik met veel plezier heb meegewerkt is Metropolis West. Het idee daarachter is dat leerlingen met een camera (iPad) en een microfoon de buurt van de school intrekken en korte reportages maken. Op die manier komen de leerlingen en de wijk nader tot elkaar. Prachtig vind ik dat! Voor velen van hen is het de eerste keer dat ze zelf een film maken. Dat is spannend. Er is beperkt tijd – vijf lessen van 1,5 uur – maar dat zie je niet aan het eindresultaat; daar zitten namelijk echt leuke dingen tussen!”

Waar lopen leerlingen tegenaan tijdens zo’n project?

“In het begin is motivatie altijd een beetje een probleem. Ze kijken de kat uit de boom en houden heel erg rekening met elkaar omdat ze hun imago in stand willen houden. Maar op een gegeven moment krijg ik ze wel mee. Dan zien ze in dat een les waarbij ze de straat opgaan om interviews af te nemen, honderdduizend keer leuker is dan een reguliere les. En dan gaan ze er écht voor en wordt het dus weer de uitdaging om ze in toom te houden hahaha. Het lukt ze altijd om iets moois te maken, en daar zijn ze zichtbaar trots op.”

Heb je een voorbeeld van een geslaagd filmpje?

“Er zaten twee leerlingen bij die uit noodzaak samen moesten werken. Voor het project mochten ze filmen op de tramremise van de GVB. Een van die jongens vond dat fantastisch. Hij was gek op trams; voor hem was het een droom die uitkwam. Hij bekeek een motor van dichtbij en hij mocht alles vragen aan de conducteur. Die andere jongen was iets stoerder. Trams waren zijn ding niet en hij vond het maar saai. Maar tijdens het filmen ontdooide hij. Je ziet dat ook terug in de reportage; aan het eind begint hij er serieus lol in te krijgen en verschijnt er ook bij hem een grote glimlach op het gezicht.”

Waar let je op als je samen met Bekijk ‘t nieuwe lesprogramma’s ontwikkelt?

“Ik ga altijd uit van de eindgebruikers – de leerlingen die er 1,5 uur achterelkaar mee bezig zijn in de klas. Die moeten het boeiend vinden en actief mee willen doen. Dat zijn de boxes die je aftikt met een nieuw lesprogramma. Daar moet je je continue bewust van zijn. In de kringen waarin ik me bevind, word ik nog weleens als jongere gezien. Dat ik dat al lang niet meer ben, merk ik wanneer ik me daadwerkelijk onder jongeren bevind. De interesses die ze hebben, de online platforms die ze gebruiken, dat verandert zo snel, dat kan ik helemaal niet bijhouden. Omdat ik in de praktijk verder van die groep afsta, doe ik steeds mijn best om me onder te dompelen in hun wereld, en door hun ogen te blijven kijken.”

Wat hoop je te bereiken met je werk als filmdocent?

“Zelf heb ik school ervaren als een vervelende periode; ik denk dat dat voor veel leerlingen geldt. Achteraf ontdek je pas dat het handig is dat je op school hebt gezeten. Vmbo’ers, de doelgroep waaraan wij voornamelijk lesgeven, worden vaak gezien als moeilijk. Het is lastig om ze bij de les te houden, maar het zijn leerlingen met heel veel potentie. Jongeren met gekamde haartjes, die netjes op zitten te letten, daar valt geen eer aan te behalen voor mij. Ik vind het juist mooi wanneer ik leerlingen die in eerste instantie geen zin hebben in mijn verhaal, toch meekrijg. Dat ik die vertaalslag weet te maken naar hun wereld waardoor ze het nut van mijn komst inzien. Dat motiveert. Ze moeten het zelf leuk vinden, dat is de crux, en dan blijkt dat ze over enorm veel talent beschikken. Het zijn de beste leerlingen die er zijn! Maar als je ze niet weet te prikkelen of te streng bent, dan is de uitkomst heel anders.”

Tenslotte, je bent gefascineerd door het fenomeen van de angry young man. Hoe zit dat?

“Ik ben zelf een angry young man geweest als tiener. In die fase van je leven ben je op zoek naar wie je bent en wat je beweegt. Die zoektocht kan in stilte plaatsvinden, maar sommige jongeren zijn ontzettend luid daarin. Ze zetten zich af tegen alles en iedereen. Ook op die manier krijg je antwoorden op je vragen, maar het is wel een manier die heel veel mensen niet zo fijn vinden. Docenten reageren vaak streng op dit soort gedrag, ze worden boos of vinden dat je ‘normaal’ moet doen. Bij mij heeft dat nooit geholpen. Die enkele keer dat ik een docent voor me had met een andere aanpak, was de impact vele malen groter. In elke angry young man zit diep vanbinnen ook iets dat van waarde is. Dat moet je zien te bereiken en dat kan het best door een open houding te hebben. Ik probeer daarin echt de docent te zijn die ikzelf het liefst had willen hebben in die fase, en helaas te weinig heb gehad.”

Interview: Marco Hohl